Film
Welkom op onze Q&A-pagina over erfrecht voor regisseurs, scenarioschrijvers, acteurs en producenten.
Welke rechten rusten op mijn film?
Films zijn auteursrechtelijk beschermde werken. De auteursrechten ontstaan automatisch bij het creëren van een origineel filmwerk, zonder dat een registratie vereist is. De rechten komen toe aan iedereen die voldoende creatieve scheppende bijdrage heeft geleverd, waaronder de regisseur, scenarioschrijver, de componist van de filmmuziek en in sommige gevallen ook editors en cameramannen. Al deze 'makers' sluiten een contract met de filmproducent over hun rechten. De ‘producent’ van het filmwerk is de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de totstandbrenging van het filmwerk met het oog op de exploitatie daarvan. Is er geen contract tussen maker en producent? Dan geldt er een wettelijk vermoeden dat alle exploitatierechten zijn overgedragen aan de filmproducent.
De acteurs krijgen krijgen als uitvoerende kunstenaars naburige rechten op hun uitgevoerde rol in de film.
De producent heeft een naburig recht op de eerste vastlegging van de film.
Wat gebeurt er met de rechten op mijn film bij overlijden?
Auteursrechten en naburige rechten zijn onderdeel van je persoonlijke vermogen (als je ze niet overgedragen hebt). Na je overlijden gaan deze rechten over op je erfgenamen, zoals bepaald in je testament of - bij afwezigheid van een testament - volgens het wettelijk erfrecht. De erfgenamen mogen je rechten daarna exploiteren en hebben recht op de bijbehorende inkomsten.
Hoe lang zijn mijn auteursrechten nog geldig?
Het auteursrecht op een filmwerk vervalt pas na 70 jaar na het overlijden van de langstlevende van de volgende personen: de hoofdregisseur, de scenarioschrijver, de schrijver van de dialogen of degene die de filmmuziek heeft gemaakt.
De naburige rechten van uitvoerende kunstenaars in films vervallen 50 jaar na de uitvoering.
De naburige rechten van filmproducenten vervallen na 50 jaar na de eerste vastlegging of eerste rechtmatige openbaarmaking van de film.
Wie is mijn erfgenaam als ik geen testament heb?
In een testament kun je zelf bepalen wie je erfgenamen zijn. Als je geen testament hebt opgesteld, bepaalt de wet wie je erfgenamen zijn en hoe je vermogen – waaronder auteursrechten en naburige rechten – wordt verdeeld. Dit gebeurt via het
groepenstelsel: erfgenamen zijn ingedeeld in vier groepen. Pas als er in een eerdere groep niemand (meer) in leven is of erfgenaam kan zijn, komt de volgende groep in aanmerking voor de nalatenschap, en dus jouw auteursrechten.
De
eerste groep erfgenamen zijn je
echtgenoot, geregistreerd partner en kinderen. Is een kind eerder overleden, dan erven zijn of haar kinderen (de kleinkinderen) – in diens plaats. De nalatenschap wordt in beginsel gelijk verdeeld tussen je partner en kinderen. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap geldt de
wettelijke verdeling: de partner krijgt alle bezittingen en schulden, en de kinderen krijgen hun erfdeel als een geldvordering. Zij kunnen hun erfdeel meestal pas opeisen als de partner overlijdt of hertrouwt, of bijvoorbeeld bij faillissement van de partner.
Zijn er geen partner of (klein)kinderen, dan erven je ouders samen met je broers en zussen. De kinderen van je broers en zussen erven in hun plaats indien je broer of zus is overleden vóór jouw overlijden. Halfbroers en halfzussen erven de helft van het erfdeel van een volle broer of zus.
Als er niemand meer is in groep 1 of 2, gaat de erfenis naar je grootouders en hun kinderen en kleinkinderen – dus ooms, tantes, neven en nichten. Zijn er ook in groep 3 geen erfgenamen, dan wordt gekeken naar de overgrootouders en hun afstammelingen.
Wat kan ik vastleggen in een testament?
In een testament kun je vastleggen wie jouw erfgenamen zijn en wie jouw auteursrechten erft. Dit kunnen familieleden zijn, maar ook vrienden, een goed doel of een erfgoedinstelling. Je kan hen als (mede)erfgenamen van de gehele nalatenschap aanwijzen, of je specificeert wie welke rechten krijgt.
Je kunt ook bepalen hoe je auteursrechten beheerd en geëxploiteerd mogen worden na je overlijden. Denk aan:
- Wie jouw werk mag blijven uitgeven of beheren.
- Of je werk (niet) mag worden aangepast of vertaald.
- Of je een executeur wilt benoemen die zorgt voor goede afhandeling van jouw erfenis.
- Of niet-gepubliceerde werken mogen worden uitgegeven.
Als ik meerdere erfgenamen heb - moeten zij dan gezamenlijk besluiten nemen?
Als je meerdere erfgenamen hebt, worden zij samen eigenaar van jouw muziekrechten. Ze vormen dan een gemeenschap en moeten in principe gezamenlijk beslissingen nemen over het beheer en de exploitatie van die rechten. Denk aan zaken als het uitbrengen van muziek, het verlenen van licenties, of het innen van royalty’s.
In de praktijk betekent dit vaak dat alle erfgenamen moeten instemmen met belangrijke beslissingen. Dat kan omslachtig zijn, vooral als er verschillende meningen zijn. Als erfgenamen het onderling niet eens worden, kan dit leiden tot blokkades of zelfs juridische procedures. Door vooraf goede afspraken te maken, kun je voorkomen dat je muzikale werk stilvalt of dat inkomsten blijven liggen.
Gelukkig kunnen erfgenamen onderling afspraken maken in een 'beheersregeling' om het beheer eenvoudiger te maken – bijvoorbeeld door: één persoon een volmacht te geven om namens iedereen op te treden, de rechten te verdelen in een verdelingsakte, en/of een beheerder aan te wijzen voor het dagelijks beheer van de rechten.
Moet ik mijn persoonlijkheidsrechten overdragen?
De Auteurswet en de Wet op de Naburige Rechten geeft een persoon zogenoemde persoonlijkheidsrechten, ook wel morele rechten. Op basis daarvan kun je je verzetten tegen openbaarmaking van het werk zonder naamsvermelding, of onder een andere naam. Ook kun je je verzetten tegen 'verminking' van het werk.
Tot voor kort was de wettelijke regeling als volgt: na overlijden gingen de persoonlijkheidsrechten alleen over op een andere persoon als deze persoon expliciet was aangewezen bij uiterste wilsbeschikking. Als dit niet geregeld was, zouden de persoonlijkheidsrechten vervallen zodra je overleed.
Let op! De Nederlandse wetgever zag hier een risico in en heeft de Auteurswet per 1 januari 2026 gewijzigd zodat nabestaanden de persoonlijkheidsrechten altijd kunnen uitoefenen, ook zonder dat zij daartoe expliciet zijn aangewezen. Persoonlijkheidsrechten komen nu automatisch aan nabestaanden toe, tenzij een andere persoon is aangewezen.
Welke praktische zaken kan ik alvast regelen?
Zorg voor een goede documentatie van je filmwerken. Houd bij waar je filmen zijn geregistreerd, wie daar als rechthebbende staat ingeschreven en welke contracten je hebt gesloten.
Daarnaast is het goed om alvast te bepalen wie toegang krijgt tot je 'digitale nalatenschap'. Laat indien gewenst wachtwoorden na voor de volgende platforms- en accounts.
- E-mailaccounts
- Social media accounts
- Drive of cloud omgeving voor opslag van foto's en bestanden
- Online abonnementen
- Entertainment en streamingdiensten
Wie kan mijn portretrecht uitoefenen na overlijden?
Het portretrecht is het recht je te verzetten tegen publicatie van een foto waarop je herkenbaar bent afgebeeld, mits daar een redelijk belang bij is. Een redelijk belang is bijvoorbeeld een commercieel belang als je een 'verzilverbare populariteit' hebt als bekend persoon, of een privacybelang.
Het portretrecht is geen eigendom (vermogensrecht) en gaat daarom niet op dezelfde manier over op de erfgenamen. De Auteurswet regelt dat alleen 'nabestaanden' het recht mogen uitoefenen na overlijden van de geportretteerde. Dit zijn ouders, echtgenoten, geregistreerde partners en kinderen.
De nabestaanden kunnen verbod op publicatie of verwijdering van de foto van de overledene vorderen. In sommige gevallen kan zelfs een vergoeding worden gevraagd voor het gebruik van het portret.
Let op: als de foto in opdracht is gemaakt, bijvoorbeeld bij een fotoshoot, gelden andere regels en mogen de nabestaanden het portretrecht slechts gedurende tien jaar na overlijden uitoefenen.
